ECLI:NL:RVS:2013:152
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.A.A. Mondt-Schouten
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan Kerkrade Oost I
De raad van de gemeente Kerkrade stelde op 4 juli 2012 het bestemmingsplan "Kerkrade Oost I" vast, dat onder meer een wijzigingsbevoegdheid bevat om bouwvlakken te verwijderen indien binnen een jaar geen woonbebouwing is opgericht of in oprichting is.
Appellant sub 1 stelde beroep in maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen zienswijze had ingediend tijdens de terinzagelegging. Zijn verweer dat hij de kennisgeving niet ontving wegens een fout in de adressering werd niet als verschoonbaar beoordeeld. De Afdeling benadrukte dat het de eigen verantwoordelijkheid van belanghebbenden is om de bestemmingsplanprocedure te volgen.
Appellant sub 2 betwistte de wijzigingsbevoegdheid, met name de onduidelijkheid over de term "in oprichting" en de redelijkheid van de termijn van één jaar. De raad stelde dat de bevoegdheid objectief is begrensd en dat "in oprichting" zowel feitelijke bouw als de vergunningprocedure omvat. De Afdeling oordeelde dat de wijzigingsbevoegdheid niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
Verder voerde appellant sub 2 aan dat de raad ten onrechte bevolkingskrimp als grondslag gebruikte, terwijl juist behoefte aan zorggeschikte woningen zou toenemen. De Afdeling vond dat de raad zich redelijk op het standpunt kon stellen dat de behoefte aan nieuwbouw beperkt blijft en dat de wijzigingsbevoegdheid in lijn is met het relevante beleid.
Ten slotte wees de Afdeling het beroep van appellant sub 2 af, stellende dat het bestemmingsplan geen blijvende rechten verleent en dat de belangenafweging door de raad zorgvuldig was gemaakt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 1 is niet-ontvankelijk en het beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard.