ECLI:NL:RVS:2013:1398
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld zonder juiste belangenafweging; bewaring onrechtmatig verklaard
Bij besluit van 8 augustus 2013 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Afdeling oordeelde dat de verklaring van de vreemdeling op 8 augustus 2013 als een asielverzoek moet worden aangemerkt, waardoor hij rechtmatig verblijf had en als asielzoeker moest worden beschouwd. De bewaring had daarom niet krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 mogen worden opgelegd, maar alleen op grond van onder b, mits een belangenafweging was gemaakt.
Omdat uit het dossier bleek dat voorafgaand aan de inbewaringstelling geen concrete belangenafweging had plaatsgevonden, was de bewaring van meet af aan onrechtmatig. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct werd opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding toegekend en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard en per direct opgeheven met toekenning van schadevergoeding.