ECLI:NL:RVS:2013:103
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- W. Sorgdrager
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vergunning voor kweken biologische bestrijders te Berkel en Rodenrijs
Het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland verleende op 30 november 2011 een milieuvergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het kweken van biologische bestrijders en plagen te Berkel en Rodenrijs. Tegen dit besluit stelden twee appellanten beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De appellanten voerden diverse beroepsgronden aan, waaronder onjuiste kennisgeving, onvoldoende bescherming tegen geluidhinder, lichthinder, geurhinder, stofhinder, en onvoldoende toepassing van beste beschikbare technieken. Tevens werd betoogd dat de vergunningvoorschriften ontoereikend waren ter bescherming van het milieu en de volksgezondheid.
De Afdeling oordeelde dat het college bij het vaststellen van de vergunningvoorschriften in redelijkheid aansluiting had gezocht bij relevante regelgeving zoals het Besluit glastuinbouw en de Handreiking industrielawaai. De geluidgrenswaarden, maatregelen tegen lichthinder, geurhinder en stofhinder, en de toepassing van beste beschikbare technieken voldeden aan de wettelijke eisen. Ook de bezwaren over procedurele aspecten zoals kennisgeving en behandeling van zienswijzen faalden.
De Afdeling concludeerde dat de vergunning in het belang van de bescherming van het milieu was verleend en dat de beroepen ongegrond waren. Er werd geen aanleiding gezien voor vernietiging van het besluit of voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de milieuvergunning voor het kweken van biologische bestrijders zijn ongegrond verklaard.