ECLI:NL:RVS:2005:AT7989
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- M. Oosting
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging milieuvergunning wegens onvoldoende motivering voorschriften geur- en stofhinder
Bij besluit van 29 juni 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Flevoland een milieuvergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een brengstation voor bedrijfsafvalstoffen. Appellanten, waaronder Rodé Vis B.V., stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat bepaalde gronden, zoals uitstoot van transportmiddelen en illegaal dumpen van afval, niet-ontvankelijk waren omdat appellanten hiertegen geen bedenkingen hadden ingebracht bij het ontwerpbesluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vergunning slechts geweigerd kan worden indien nadelige milieugevolgen niet voorkomen of voldoende beperkt kunnen worden. De Raad oordeelde dat de voorschriften omtrent opslag en afvoer van groenafval en restafval in de vergunning redelijk waren, maar dat voorschrift 3.6.7, waarin werd bepaald dat restafval eens per week moest worden afgevoerd in afwijking van de aangevraagde dagelijkse afvoer, vernietigd moest worden.
Verder oordeelde de Raad dat voorschriften ter voorkoming van stofhinder (3.6.10 tot en met 3.6.13) over het algemeen toereikend waren, mede gelet op het deskundigenbericht en de Nederlandse Emissierichtlijnen Lucht. Echter, voorschriften 3.6.11 en 3.6.12 waren onvoldoende duidelijk en niet deugdelijk gemotiveerd, waardoor deze in strijd waren met het rechtszekerheidsbeginsel en vernietigd moesten worden.
Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit gedeeltelijk vernietigd. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegekend, maar appellanten kregen het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende motivering en onduidelijkheid van voorschriften over geur- en stofhinder.