ECLI:NL:RVS:2012:BY8239
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning vreemdeling met beroep op gezinsleven en Unierecht
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat het recht van de kinderen, die de Nederlandse nationaliteit bezitten, om op het grondgebied van de Unie te verblijven, moet worden onderscheiden van het recht op bescherming van het gezinsleven zoals vervat in artikel 8 EVRM Pro. Het beroep van de vreemdeling op het arrest Ruiz Zambrano faalt omdat de kinderen bij hun vader in Nederland kunnen verblijven, waardoor zij niet gedwongen worden buiten de Unie te verblijven.
De vreemdeling voerde aan dat het vertrek naar Kameroen nadelig is voor de kinderen vanwege hun speciale behoeften en dat het achterlaten bij de vader niet in hun belang is. De staatssecretaris stelde dat geen objectieve belemmeringen bestaan om het gezinsleven in Kameroen voort te zetten en dat de kinderen niet zodanig in Nederland zijn geworteld dat vertrek niet van hen verlangd kan worden.
De Afdeling concludeert dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat het beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning blijft in stand.