Uitspraak
200907076/1/R3dat - ongeacht een wijzigingsvoorwaarde volgens welke geen significante effecten op een Natura 2000-gebied mogen plaatsvinden - door de raad reeds bij de vaststelling van het bestemmingsplan, uitgaande van de maximale mogelijkheden die het plan biedt, moet worden onderzocht of het plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze verplichting hangt samen met het uitgangspunt dat opname van een wijzigingsbevoegdheid inhoudt dat het eventuele gebruik daarvan in beginsel als in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening moet worden geacht. De raad heeft zich dan ook niet op goede gronden op het standpunt gesteld dat deze wijzigingsbevoegdheid niet of slechts beperkt betrokken hoeft te worden bij de beantwoording van de vraag of het plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden.
200906702/1/R3) de raad bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan de aanvaardbaarheid daarvan (opnieuw) dient te bezien, mede in relatie tot de op het tijdstip van vaststelling geldende regelgeving. Uit de enkele omstandigheid dat ontwikkelingen, zoals de raad stelt, reeds in het voorheen geldende plan waren opgenomen, volgt niet dat het plan op dit punt in overeenstemming is met artikel 19j van de Nbw 1998.