Bij besluit van 7 april 2011 wees het bestuur de aanvraag van appellante om een toevoeging voor rechtsbijstand af voor een beroep tegen een besluit op bezwaar over een machtiging tot voorlopig verblijf. Appellante had eerder een toevoeging gekregen voor een procedure tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde dat de tweede toevoeging terecht werd geweigerd omdat het rechtsbelang hetzelfde was.
Appellante stelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen een ander rechtsbelang betrof dan het inhoudelijke beroep na het besluit op bezwaar, en dat er sprake was van verschillende procedures. De rechtbank oordeelde echter dat beide procedures hetzelfde rechtsbelang dienden, namelijk het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf, en dat het feit dat er twee procedures met verschillende nummers en griffierechten waren, niet leidde tot verschillende rechtsbelangen.
De Raad van State onderschreef dit oordeel en bevestigde dat het bestuur terecht de tweede toevoeging heeft geweigerd. De Afdeling benadrukte dat volgens de beleidsregels en vaste rechtspraak slechts één toevoeging per rechtsbelang wordt verleend, tenzij sprake is van verschillende procedures of instanties. Omdat beide procedures hetzelfde feitencomplex en onderwerp betroffen, was er geen aanleiding tot een tweede toevoeging.
De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.