ECLI:NL:RVS:2012:BX5248
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bouwvergunningplicht voor beschoeiing en erfafscheiding
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuw-Lekkerland heeft appellant onder dwangsom gelast om een beschoeiing, erfafscheiding en steiger zonder vereiste bouwvergunning te verwijderen. Appellant stelde dat het college niet bevoegd was omdat het waterschap exclusief bevoegd zou zijn en dat geen vergunning nodig was volgens het Besluit omgevingsrecht.
De rechtbank oordeelde dat voor de beschoeiing wel degelijk een bouwvergunning vereist was en dat het college bevoegd was om handhavend op te treden. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af. Het college heeft terecht gehandeld op grond van de Woningwet en het ontbreken van een vergunning.
Appellant voerde ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan omdat het college in vergelijkbare gevallen niet handhavend zou optreden. De Raad stelt vast dat appellant’s perceel niet gelijk is aan andere percelen vanwege het ontbreken van een recht van overpad en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt.
Verder zijn eerdere gronden van appellant in hoger beroep niet gemotiveerd aangevuld en kunnen daarom niet leiden tot vernietiging van het vonnis. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.