Uitspraak
201104482/1/A3) is de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing als bedoeld in artikel 87 van Pro het RVV 1990, discretionair van aard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees het verzoek van appellante om een ontheffing van het verbod om buiten de venstertijden met een motorvoertuig de voetgangerszone te betreden af. Dit verbod was ingesteld in een verkeersbesluit dat het gebied Rond de Admirant als voetgangerszone aanmerkt met beperkte toegangsvensters.
Appellante exploiteert een winkel in alcoholhoudende dranken en voerde aan dat de richtlijnen voor ontheffing niet van toepassing waren op de Nieuwe Emmasingel en dat haar bedrijfsactiviteiten een individuele toetsing vereisten. De rechtbank oordeelde echter dat het college terecht de richtlijnen hanteerde als bestendige gedragslijn en dat de winkel onder de rode lijst viel, waardoor geen ontheffing kon worden verleend.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat het college niet verplicht was tot individuele toetsing en dat de enkele meters die met een motorvoertuig door de voetgangerszone moeten worden afgelegd geen bijzondere omstandigheid vormen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat de verleende ontheffingen aan andere bedrijven van een andere aard waren.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de ontheffing bevestigd.