Uitspraak
200802241/1) heeft geoordeeld over de goedkeuring van het gehele plan. [appellant] en anderen zijn daarbij in de gelegenheid geweest om vorenstaande onderwerpen aan de orde te stellen. Blijkens de uitspraak van 1 april 2009 hebben zij dit niet gedaan. De wijze waarop het college de verkeersafwikkeling op de kruising van de Noorderweg met De Bres heeft beoordeeld heeft aanleiding gegeven het vorige besluit omtrent goedkeuring van 19 februari 2008 te vernietigen nu het college zijn standpunt dat het plan met de genomen verkeersmaatregelen ter plaatse van deze kruising voorziet in een veilige verkeersafwikkeling, onvoldoende heeft onderbouwd. Het college was gehouden een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak van de Afdeling wat betreft dit aspect. Dat laat onverlet dat, indien sedert de datum van 19 februari 2008 feiten of omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat deze aanleiding kunnen geven tot een andere uitkomst, een nieuwe beoordeling van vorenstaande onderwerpen dient plaats te vinden. Daarvan is in dit geval niet gebleken. De in het plan gehanteerde voertuigverdeling, het niet in strijd handelen met de Handreiking voor het opstellen en beoordelen van Gemeentelijke Ruimtelijke Plannen en het nut en de noodzaak van de ontsluiting van het bedrijventerrein dienen thans derhalve als een gegeven te worden beschouwd.
200510017/1) volgt dat de redelijke termijn in een bestemmingsplanzaak waarbij het college aan het desbetreffende plandeel goedkeuring heeft verleend, begint te lopen bij het indienen van de bedenkingen door betrokkene. De tijdsduur die is gemoeid met de voorbereiding en vaststelling van het bestemmingsplan blijft buiten beschouwing bij de beoordeling of zich een overschrijding van de redelijke termijn voordoet. In een zaak als deze, die uit een goedkeuringsfase en één rechterlijke instantie bestaat, acht de Afdeling in beginsel een totale lengte van de procedure van ten hoogste drie jaar redelijk. Daarbij mag de goedkeuringsfase ten hoogste één jaar en de behandeling van het beroep ten hoogste twee jaar duren, waarbij de hierboven vermelde criteria onder omstandigheden aanleiding kunnen geven overschrijding van deze behandelingsduren gerechtvaardigd te achten.
200703206/1), moet in een klacht dat de redelijke termijn is geschonden, een verzoek om vergoeding van de door de beweerde schending geleden schade worden geacht besloten te liggen.
200608140/1), volgt uit de jurisprudentie van het EHRM, onder meer de uitspraak van 29 maart 2006, Pizzati tegen Italië, (nr. 62361/00, JB 2006, 134), dat bij overschrijding van de redelijke termijn voor het nemen van een besluit, behoudens bijzondere omstandigheden, spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriële schade wordt verondersteld.