Uitspraak
201109901/1/A1), volstaat het enkele feit dat het college niet bereid is gebruik te maken van zijn bevoegdheid om een omgevingsvergunning te verlenen voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan voor het oordeel dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat. De door [appellant] aangehaalde uitspraak van de rechtbank van 2 november 2011, zaak nr. AWB 11/6278, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Een besluit tot weigering gebruik te maken van deze bevoegdheid is als zodanig in deze procedure niet aan de orde, zodat de rechterlijke toetsing terzake zeer terughoudend is. Aan hetgeen is aangevoerd met betrekking tot de door [appellant] gewenste uitbreiding van zijn bedrijfsactiviteiten kan reeds hierom niet worden toegekomen. Er bestaan geen aanknopingspunten voor het oordeel dat op voorhand moet worden geconcludeerd dat het door het college in het besluit op bezwaar ingenomen standpunt rechtens onhoudbaar is en de vereiste bestuurlijke medewerking niet zal kunnen worden geweigerd. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht overwogen dat van een concreet zicht op legalisatie geen sprake is.
200910187/1/H1) mag naleving van die voorschriften door handhavend optreden worden afgedwongen. Gelet op de legale mogelijkheden tot erfafsluiting is voorts van een ontoelaatbare inbreuk op de in artikel 5:48 van Pro het BW vastgelegde bevoegdheid het erf af te sluiten geen sprake.