ECLI:NL:RVS:2012:BX1103
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken geldig reisdocument en geboorteakte
Appellante verzocht om het Nederlanderschap, maar de minister van Justitie wees dit verzoek af omdat zij geen geldig buitenlands reisdocument en geen gelegaliseerde geboorteakte kon overleggen. De minister stelde dat appellante niet in bewijsnood verkeerde, een standpunt dat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellante voerde aan dat zij vanwege haar status als houder van een verblijfsvergunning regulier en haar situatie als Chaldees-christen in Irak in bewijsnood verkeerde, en dat zij niet naar Irak kon reizen vanwege gevaar. Zij overhandigde verklaringen van de Iraakse ambassade, maar deze toonden niet aan dat zij geen paspoort kon verkrijgen. Ook werd niet aannemelijk gemaakt dat zij niet via derden documenten kon verkrijgen.
Verder betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte het gelijkheidsbeginsel niet toepaste en dat de minister niet adequaat had gehandeld na verlies van haar originele documenten door de IND. Deze argumenten werden verworpen. De Afdeling oordeelde dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat appellante niet in bewijsnood verkeerde en bevestigde de afwijzing van het naturalisatieverzoek.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.