ECLI:NL:RVS:2012:BX1095
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar de minister wees dit verzoek af wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit. Appellant stelde dat hij in bewijsnood verkeert vanwege de oorlog in Irak en het ontbreken van contact met familieleden, waardoor hij geen gelegaliseerde geboorteakte en geldig paspoort kon overleggen.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij alles heeft gedaan om de benodigde documenten te verkrijgen. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat het ontbreken van contact met familie en de oorlogssituatie onvoldoende zijn om bewijsnood aan te nemen. Ook de verklaringen van de Iraakse ambassade ondersteunen niet dat appellant de documenten niet kan verkrijgen.
De Raad benadrukt dat de minister bevoegd is om bewijs van identiteit en nationaliteit te verlangen en dat de vrijstelling van het paspoortvereiste bij verblijfsrecht niet automatisch geldt voor naturalisatie. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.