Uitspraak
200801122/1), is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Gesteld noch aannemelijk is geworden dat door het college toezeggingen in evenbedoelde zin zijn gedaan. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
200803658/1), vergt het gelijkheidsbeginsel een consistent en doordacht bestuursbeleid. Het veronderstelt dat het bestuur welbewust richting geeft en derhalve een algemene gedragslijn volgt ten aanzien van zijn optreden in rechtens vergelijkbare gevallen. Het enkele feit dat in die andere gevallen anders dan in het onderhavige geval door een derde niet om handhavend optreden is verzocht, kan het verschil in handelswijze van het college niet rechtvaardigen. Derhalve heeft het college onvoldoende gemotiveerd waarom het in dit geval, anders dan in die andere gevallen, wel tot handhavend optreden is overgegaan.