Uitspraak
201108518/1/A3, kan op het voorgaande een uitzondering worden gemaakt indien het afwachten van het resultaat van besluitvorming over het treffen van handhavingsmaatregelen onevenredig bezwarend is.
Raad van State
De zaak betreft het hoger beroep van de AVRO en Bindinc tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar van deze partijen tegen een besluit van het Commissariaat voor de Media ongegrond verklaarde. Het Commissariaat had bij brief van 18 november 2008 aan de AVRO meegedeeld dat de nevenactiviteit van het uitgeven van het omroepblad TV Film in strijd was met artikel 57a van de Mediawet. Vervolgens verklaarde het Commissariaat het bezwaar tegen deze constatering ongegrond en handhaafde dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de brief van 18 november 2008 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro omdat het oordeel geen rechtsgevolg heeft en geen handhavingsmaatregel bevat. Het afwachten van een boetebesluit is niet onevenredig bezwarend, mede omdat de investeringen voor de nevenactiviteit reeds waren gedaan. De rechtbank had ten onrechte de brief als een besluit aangemerkt waartegen rechtsmiddelen konden worden ingezet.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het Commissariaat, verklaart het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelt zij het Commissariaat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan AVRO en Bindinc.
Uitkomst: De Afdeling verklaart het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk en vernietigt het besluit van het Commissariaat.