ECLI:NL:RVS:2012:BW4292
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.J.M. Schuyt
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingen mogen mvv niet in buurland aanvragen als in land van herkomst vertegenwoordiging is
De vreemdelingen, waaronder een persoon met medische klachten en haar minderjarige kinderen, hadden een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister werd afgewezen omdat zij niet beschikten over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De minister stelde dat de vreemdelingen hun mvv-aanvraag konden indienen in het buurland Rwanda, waar voldoende medische voorzieningen aanwezig zouden zijn, omdat zij vanwege hun medische situatie niet in Burundi konden reizen. De vreemdelingen betoogden dat dit onjuist was omdat in Burundi een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging aanwezig is, zodat zij hun mvv-aanvraag daar moeten indienen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdelingen naar Rwanda moesten uitwijken voor hun mvv-aanvraag. Volgens artikel 1 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Vreemdelingencirculaire kan een vreemdeling alleen uitwijken naar een ander land dan het land van herkomst als daar geen Nederlandse vertegenwoordiging is gevestigd.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit van de minister vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak benadrukt het belang van correcte toepassing van het mvv-vereiste en de medische situatie van vreemdelingen in het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een mvv wordt vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.