ECLI:NL:RVS:2012:BW4288
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pleegdatum bij cumulatie van strafbare feiten voor toepassing glijdende schaal in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van de minister om een vreemdeling ongewenst te verklaren bevestigde. De vreemdeling was veroordeeld voor meerdere strafbare feiten die tot één strafrechtelijke veroordeling leidden. De kernvraag was welke pleegdatum bepalend is voor de toepassing van de glijdende schaal in artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De vreemdeling stelde dat bij cumulatie van strafbare feiten de pleegdatum van het laatste feit moet gelden, omdat dit beter aansluit bij de ratio van de glijdende schaal en rechtszekerheid bevordert. De Raad van State oordeelde echter dat de wet uitgaat van de pleegdatum van het eerste feit, ook wanneer verschillende strafbare feiten tot één veroordeling leiden. Dit volgt uit artikel 3:86, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 en de systematiek van de wet.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep van de vreemdeling. Tevens werd benadrukt dat de vreemdelingenrechter niet bevoegd is om de inhoud en wijze van totstandkoming van het strafrechtelijk vonnis te toetsen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.