Uitspraak
200909202/1/H3) is het CBR ingevolge artikel 132, tweede lid, van de Wvw 1994 gelezen in verbinding met artikel 10, eerste en derde lid, van de Regeling verplicht het rijbewijs ongeldig te verklaren van diegene die niet of niet tijdig de kosten voldoet van de hem of haar opgelegde EMA. Deze bepalingen zijn dwingendrechtelijk geformuleerd. Het CBR heeft in het geval dat die kosten niet worden voldaan geen beoordelingsruimte of beleidsvrijheid bij het ongeldig verklaren van het rijbewijs. Voorts schort bezwaar of beroep niet de werking van het besluit op waartegen het is gericht. Nu het CBR bij besluit van 9 september 2010 [appellant] heeft verplicht mee te werken aan een EMA en heeft bepaald dat de kosten binnen tien weken na dagtekening van dat besluit moesten zijn voldaan, was [appellant] verplicht die kosten te voldoen binnen de gestelde termijn ook al had hij tegen dat besluit bezwaar gemaakt, beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.