Uitspraak
200701364/1) wordt in artikel 8, tweede lid, van de Verordening lidstaten de mogelijkheid geboden het in bezit hebben van specimens, met name van de tot de in bijlage A genoemde soorten behorende levende dieren, te verbieden. Uit het gebruik van de woorden "met name" volgt dat geen sprake is van een uitputtende opsomming. Voorts geldt dat de Verordening geen afbreuk doet aan strengere maatregelen die de lidstaten met inachtneming van het VwEU kunnen nemen.