ECLI:NL:RVS:2012:BV8029
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake weigering Nederlanderschap na bezwaar en beroep
Bij besluit van 10 november 2010 heeft de minister van Justitie het verzoek van verzoeker om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 20 april 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en bepaalde dat de minister het Nederlanderschap zo spoedig mogelijk aan verzoeker moest verlenen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde dit verzoek op 13 februari 2012.
De voorzitter oordeelde dat niet op voorhand kon worden uitgesloten dat het hoger beroep succesvol zou zijn en dat de gevolgen van het verlenen van het Nederlanderschap aan verzoeker, zoals kiesrecht en paspoortverstrekking, moeilijk te herstellen zouden zijn indien het hoger beroep gegrond zou worden verklaard. Hoewel verzoeker belang had bij spoedige uitvoering vanwege spanningen, was dit belang niet zwaar genoeg om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Daarom bepaalde de voorzitter dat de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen en dat de uitspraak van de rechtbank niet direct hoeft te worden uitgevoerd zolang het hoger beroep loopt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De minister hoeft het Nederlanderschap niet te verlenen voordat het hoger beroep is beslist.