ECLI:NL:RVS:2011:BU9581
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid gebruik handboeien bij vervoer vreemdeling zonder transportkooi
De vreemdeling was op 24 september 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het gebruik van handboeien tijdens het vervoer van de vreemdeling van het politiebureau naar de transportbus, terwijl er geen transportkooi aanwezig was. De minister stelde dat het aanleggen van handboeien in deze situatie toelaatbaar is vanwege het gevaar voor ontvluchting en de veiligheid van betrokken ambtenaren, gebaseerd op artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie en eerdere jurisprudentie.
De Raad van State oordeelde dat de feiten en omstandigheden, waaronder eerdere vluchtpogingen en de afwezigheid van een transportkooi, het gebruik van handboeien rechtvaardigen. De handboeien werden aangelegd toen de vreemdeling rechtens van zijn vrijheid was beroofd en werden verwijderd na plaatsnemen in de transportbus. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het gebruik van handboeien tijdens het vervoer van de vreemdeling zonder transportkooi is toelaatbaar en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.