Uitspraak
200807605/1) sluit de Awb noch de WRO uit dat de procedure voor het vaststellen van een bestemmingsplan na intrekking vanwege een onregelmatigheid wordt hervat vanaf het stadium waarin de onregelmatigheid is geconstateerd.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Groningen heeft bij besluit van 11 mei 2010 het bestemmingsplan Waterrand Oosterparkwijk goedgekeurd, vastgesteld door de gemeenteraad van Groningen. Appellanten betoogden dat het plan onrechtmatig was vastgesteld, onder meer omdat het ontwerpplan niet opnieuw ter inzage was gelegd na intrekking en hernieuwde vaststelling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de procedure correct was gevolgd, aangezien belanghebbenden tijdig waren geïnformeerd en in de gelegenheid waren gesteld hun zienswijzen in te dienen. Daarnaast werden de bezwaren over de beperking van tuinoppervlakte en schuurtjes, het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, en de zorgvuldigheid van de voorbereiding onderzocht.
De Raad stelde vast dat het college en de raad zich redelijk hadden opgesteld, dat het plan zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd, en dat er geen sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel of het gelijkheidsbeginsel. Ook was het plan in overeenstemming met relevante beleidsnota's. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Waterrand Oosterparkwijk is ongegrond verklaard.