ECLI:NL:RVS:2011:BU6093
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatig verblijf in hoger beroep over toepassing overnameovereenkomst onregelmatig verblijvende personen
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van een asielaanvraag gegrond verklaarde. De minister stelde dat de overnameovereenkomst betreffende onregelmatig verblijvende personen van toepassing was, omdat het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder f en h, van de Vreemdelingenwet 2000 slechts een voorlopig karakter heeft en niet als regelmatig verblijf in de zin van de overeenkomst kan worden beschouwd.
De Raad van State oordeelde dat de bepalingen van de overnameovereenkomst en het bijbehorende uitvoeringsprotocol onvoldoende aanknopingspunten bieden om het voorlopige rechtmatig verblijf als onregelmatig verblijf te kwalificeren. De omschrijving van verblijfstitel en de systematiek van de overeenkomst ondersteunen dit oordeel. Tevens is het onregelmatige verblijf volgens de overeenkomst afhankelijk van nationale wetgeving, waarbij de vreemdeling op het moment van belang rechtmatig verbleef.
De minister betoogde dat het indienen van een asielaanvraag niet automatisch tot regelmatig verblijf mag leiden, omdat dit het toepassingsbereik van de overeenkomst zou beperken. Dit verweer faalde, omdat de overeenkomst voldoende concreet is en de vreemdeling zich erop kan beroepen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 437,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.