ECLI:NL:RVS:2011:BU5393
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.F.J. Bindels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek vergoeding extra uren rechtsbijstand bij beëindiging huurovereenkomst
Bij besluit van 9 september 2009 wees de raad een verzoek van appellant om vergoeding van extra uren rechtsbijstand af. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep door de rechtbank Amsterdam bevestigd. Appellant stelde dat de zaak juridisch bijzonder en complex was vanwege het uitzonderlijke procesverloop en meerdere rechtsgebieden die aan de orde waren.
De Raad van State oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de werkzaamheden niet binnen de toegekende uren konden worden verricht. De rechtsvragen rond de beëindiging van een huurovereenkomst komen vaker voor en zijn niet uitzonderlijk. Incidenten tijdens de procedure rechtvaardigen geen toekenning van extra uren. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de aangehaalde eerdere uitspraak betrekking had op een wezenlijk andere situatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van extra uren rechtsbijstand is afgewezen.