ECLI:NL:RVS:2009:BH3209
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding extra uren rechtsbijstand in echtscheidingszaak na weigering wederpartij
In deze zaak heeft de appellant verzocht om vergoeding van 20 extra uren rechtsbijstand in een echtscheidingsprocedure. De raad voor rechtsbijstand wees dit verzoek af omdat de zaak niet feitelijk of juridisch complex zou zijn. De bezwarencommissie adviseerde echter het bezwaar gegrond te verklaren en de extra uren toe te kennen. De raad bleef bij zijn standpunt en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel.
De appellant stelde in hoger beroep dat zich na het indienen van het bezwaar een veelheid aan juridisch relevante feiten had voorgedaan, doordat de wederpartij weigerde het convenant te ondertekenen, waardoor een inhoudelijke procedure noodzakelijk werd. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank en de raad ten onrechte de feiten na het bezwaar buiten beschouwing hadden gelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de zaak door de weigerachtige houding van de wederpartij feitelijk gecompliceerd was geworden, waardoor de behandeling niet binnen de tijdgrens kon plaatsvinden. De Afdeling vernietigde het besluit van de raad en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en wees het verzoek om vergoeding van extra uren toe.
Daarnaast werd het betaalde griffierecht van €359,00 aan de appellant vergoed. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en vormt daarmee de definitieve beslissing in deze zaak.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van twintig extra uren rechtsbijstand wordt toegewezen en eerdere besluiten worden vernietigd.