Uitspraak
200306028/1, werpt hierop geen ander licht. In die uitspraak is een bouwplan aan de orde waarbij van een bouwkundige ondergeschiktheid als vorenbedoeld geen sprake is.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk verleende vrijstellingen en bouwvergunningen voor de uitbreiding van woonhuizen op percelen nabij een garagebedrijf te Westerhoven. Deze uitbreidingen betroffen bergingen en overkappingen die deels binnen de milieuzone van het garagebedrijf lagen en strijdig waren met het bestemmingsplan "Dorp".
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant gegrond, vernietigde het besluit tot vrijstelling voor een van de percelen en handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. Het hoger beroep richtte zich op de vraag of de bergingen en overkappingen als bijgebouwen konden worden aangemerkt en of het college de belangenafweging correct had gemaakt, met name ten aanzien van de milieuzonering en de VNG-brochure.
De Afdeling bevestigde dat de bergingen en overkappingen als bijgebouwen kunnen worden beschouwd, ondergeschikt aan het hoofdgebouw en niet als uitbreiding daarvan. Tevens oordeelde zij dat het college terecht heeft geoordeeld dat de bouwplannen niet leiden tot overschrijding van milieunormen en dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.