ECLI:NL:RVS:2011:BT2608
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter inzake verblijfsvergunning asiel na EU-staat discussie
De minister voor Immigratie en Asiel heeft op 2 februari 2011 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat een EU-staat, afgegeven door de Nederlandse overheid als eenmalig reisdocument, geen bewijs vormt van nationaliteit zoals bedoeld in de Vreemdelingencirculaire 2000. Hierdoor is geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid aangetoond die het eerdere besluit kan afdoen. Tevens is niet vastgesteld dat de vreemdeling daadwerkelijk naar Irak zal worden uitgezet.
De Raad van State stelt dat het beroep van de vreemdeling ongegrond is, omdat geen relevante wijziging van feiten of recht is aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigt. De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.