ECLI:NL:RVS:2011:BR6666
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Eritrea ondanks ontbreken laissez passer
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen de beslissing van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De kern van het geschil betrof het ontbreken van een laissez passer door de Eritrese autoriteiten, waardoor de vreemdeling betoogde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Eritrea bestond. De minister stelde dat er wel degelijk zicht op uitzetting was, omdat de Eritrese autoriteiten niet hadden aangegeven geen laissez passer te zullen verstrekken en er diplomatieke inspanningen waren om de afgifte te bevorderen.
De Raad van State overwoog dat ondanks het feit dat tot op heden geen laissez passer aan de Dienst Terugkeer en Vertrek waren verstrekt, er voldoende aanwijzingen waren dat de Eritrese autoriteiten meewerken aan terugkeer en dat er circa 30 aanvragen in behandeling waren. Tevens werd meegewogen dat de vreemdeling niet had meegewerkt aan het terugkeerproces.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.