Uitspraak
200908415/1/T1/H2heeft de Afdeling de minister opgedragen om binnen twee maanden na de verzending van die tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 18 december 2008 te herstellen.
Raad van State
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om haar aanvraag tot erkenning van beroepskwalificaties voor het beroep gezondheidszorgpsycholoog af te wijzen. De minister had aanvankelijk het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en de rechtbank had dit besluit bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit van 18 december 2008 in strijd was met Europese en nationale regelgeving en gaf de minister opdracht dit besluit te herstellen. De minister nam daarop een nieuw besluit op bezwaar van 22 februari 2011, waarin de afwijzing werd gehandhaafd op basis van een advies van de Commissie buitenlands gediplomeerden volksgezondheid (CBGV).
De appellant voerde aan dat het advies van de CBGV gebreken vertoonde en dat het toetsingskader niet juist was toegepast. De Raad van State stelde vast dat de minister terecht op het advies van de CBGV mocht vertrouwen en dat de beoordeling van de opleidingen en werkervaring van appellant zorgvuldig was gebeurd met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van 22 februari 2011 ongegrond, waardoor de afwijzing van de erkenning in stand bleef. Tegelijkertijd vernietigde de Afdeling het eerdere besluit van 18 december 2008 en de uitspraak van de rechtbank, en verklaarde het beroep bij de rechtbank gegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De minister werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 22 februari 2011 wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de erkenning in stand blijft.