Uitspraak
201002444/1/H2), is de systematiek van het Bijdragebesluit 1999 erop gericht dat de minister slechts in bepaalde gevallen voor een aantal kostensoorten een bijdrage kan toekennen, is in de artikelen 4 en 5 van het Bijdragebesluit 1999 bepaald voor welke kostensoorten dit geldt en is de minister, aan wie bij die bepalingen de keuze is gelaten om al dan niet een bijdrage toe te kennen, daarbij beleidsruimte gegeven. In de Beleidsregels 1999 heeft de minister invulling aan deze beleidsruimte gegeven, door hierin onder meer te bepalen welke kosten van vooronderzoek en van opsporingswerkzaamheden in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen en welke kosten niet vallen onder de kostensoorten, bedoeld in artikel 4 van Pro het Bijdragebesluit 1999.
200503463/1, niet in strijd met het recht gehandeld door de bijdrage bij besluit van 26 november 2008 alsnog te verlagen, na de gemeente daarover te hebben gehoord.
201002025/1/H2) wordt aan het uitgangspunt van de minister dat kosten als hier bedoeld deel uitmaken van het door het opsporingsbedrijf gehanteerde tarief en slechts worden vergoed indien deze zijn verdisconteerd in het tarief, niet in alle gevallen vastgehouden. Onder deze omstandigheden had het op de weg van de minister gelegen, alvorens genoemde kosten niet te vergoeden, de gemeente in de gelegenheid te stellen deze in het door het opsporingsbedrijf gehanteerde tarief te verdisconteren. In zoverre heeft de minister, door dat na te laten, in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid, bedoeld in artikel 3:2 van Pro de Awb.