Uitspraak
201002025/1/1/H2en 3 augustus 2011 in zaak nr.
201102147/1/H2.
Raad van State
De minister kende de gemeente Zwolle een bijdrage toe voor kosten van opsporing en ruiming van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog, maar weigerde een aanvullende bijdrage voor stilligkosten en huur van een beunbak. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de gemeente gegrond en bepaalde een aanvullende bijdrage.
De minister en gemeente gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister de gemeente niet voldoende gelegenheid had gegeven om algemene kosten en winst in het uurtarief te verdisconteren, waardoor de minister in strijd met de zorgvuldigheid had gehandeld. Het beroep van de minister werd ongegrond verklaard.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister en bepaalde dat de minister opnieuw op het bezwaar moet beslissen, met inachtneming van de uitspraak. Daarbij moet de minister een aanvullende bijdrage toekennen en onderzoeken in hoeverre overige kosten alsnog voor vergoeding in aanmerking komen.
Proceskosten werden niet toegewezen. De minister moet het betaalde griffierecht aan de gemeente vergoeden en zelf een griffierecht betalen. De uitspraak werd openbaar gedaan op 11 april 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard, dat van de gemeente gegrond, met vernietiging van het besluit en opdracht tot hernieuwde besluitvorming.