Uitspraak
201002789/1/H1.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda verleende op 3 juni 2009 een bouwvergunning voor het plaatsen van een aanbouw aan de achterzijde van een woning te Gouda. Omwonenden, appellanten, maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelden zij hoger beroep in bij de Raad van State.
De appellanten voerden aan dat de vergunning onterecht was verleend omdat onder meer de Wabo niet correct was toegepast, de aanvraag aangehouden had moeten worden vanwege een voorontwerp bestemmingsplan, en het bouwplan in strijd zou zijn met het bestemmingsplan wat betreft de bouwdiepte, bouwhoogte en peilvaststelling. De Raad van State oordeelde dat de Wabo niet van toepassing was vanwege overgangsrecht en dat het aanhouden van de aanvraag niet verplicht was omdat een voorontwerp bestemmingsplan geen aanhoudingsgrond vormt.
Verder stelde de Afdeling vast dat de bestemmingsgrens langs de achtergevel van de keuken ligt, waardoor de aanbouw binnen de toegestane bouwdiepte valt. De hoogte van de aanbouw is gelijk aan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw en voldoet aan de maximale goothoogte. De appellanten konden niet aannemelijk maken dat het peil onjuist was vastgesteld. Ook het college was bevoegd om af te zien van het stellen van nadere eisen zonder dat dit onredelijk was.
Ten slotte oordeelde de Raad dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het bouwplan voldoet aan de sneltoetscriteria en de redelijke eisen van welstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning bevestigd.