ECLI:NL:RVS:2011:BQ5897
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatigheid bestuursdwangbevel staken gastouderopvang
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had bij besluit van 28 mei 2009 bevolen de opvang van kinderen in de woning van [partij] te staken onder aanzegging van bestuursdwang, wegens ernstige zorgen over de veiligheid en gezondheid van de opvang. Het college handhaafde dit besluit in bezwaar, maar de rechtbank verklaarde het besluit onrechtmatig en vernietigde het.
Het college stelde in hoger beroep dat artikel 66, tweede lid, van de Wet kinderopvang hem de bevoegdheid gaf om een gastouder te verbieden gastouderopvang te exploiteren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze bepaling geen grondslag biedt voor een dergelijk verbod op afzonderlijke gastouderopvang, mede gelet op de tekst, het stelsel en de geschiedenis van de wet.
Voorts stelde het college dat het Verdrag inzake de rechten van het kind hem verplichtte in te grijpen, maar de Afdeling stelde vast dat dit verdrag geen directe grondslag biedt voor bestuursdwang zonder wettelijke basis. Ook het betoog dat de rechtsgevolgen van het besluit gehandhaafd moesten blijven faalde, omdat de wet op dat moment nog niet was gewijzigd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan [partij].
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het bestuursdwangbesluit vernietigd.