Uitspraak
200704766/1, heeft de Afdeling het daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van 29 mei 2007 vernietigd, het beroep alsnog gegrond verklaard en het besluit van 21 december 2005 vernietigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Soest heeft bij besluit van 7 juli 2005 aan wederpartij bestuursdwang opgelegd om een verdiepingsvloer, trap, convectorputten en de vloer op een perceel te Soest te verwijderen vanwege strijd met het bestemmingsplan en het ontbreken van een bouwvergunning.
Na diverse procedures, waaronder een uitspraak van de rechtbank Utrecht in januari 2010 die het beroep van wederpartij deels gegrond verklaarde, stelde het college hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de bouwkundige voorzieningen in onderlinge samenhang moeten worden bezien en dat deze duidelijk waren aangebracht met het oog op bewoning, niet opslag.
De Afdeling concludeert dat het college terecht bestuursdwang heeft toegepast en dat de rechtbank ten onrechte handhavend optreden als onevenredig heeft beoordeeld. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van wederpartij ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van wederpartij ongegrond verklaard.