ECLI:NL:RVS:2011:BQ4076
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- W.J. Deetman
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit instemming evaluatieverslag bodemsanering voormalig gasfabrieksterrein
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel stemde bij besluit van 3 augustus 2009 in met het evaluatieverslag en nazorgplan van de bodemsanering op het voormalig gasfabrieksterrein aan de Tukseweg 44 te Steenwijk. Appellanten, waaronder erfopvolgers van een overledene en een andere bewoner, maakten bezwaar en stelden dat het evaluatieverslag onjuist was en dat de sanering niet conform het saneringsplan was uitgevoerd.
Zij voerden aan dat de restverontreinigingen onder hun woningen onvoldoende waren verwijderd en dat de gebruikte methode van inpakken met folie niet toereikend was, mede omdat op een perceel de folie aan één zijde ontbrak. Ook werd aangevoerd dat een gashouder en teerputten niet waren meegenomen in de sanering, wat tot onvolledige sanering zou leiden.
De Raad van State oordeelde dat het evaluatieverslag niet de eis van onafhankelijkheid behoeft, maar dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de restverontreinigingen niet volledig waren verwijderd en waarom de folie aan één zijde ontbrak. Hierdoor was niet vastgesteld dat de risico's voor mens, plant of dier en de verspreiding van verontreinigde stoffen voldoende waren beperkt. Het college had ook niet uitgesloten dat de stelling over de gashouder juist was, wat het besluit ondermijnde.
De Raad van State verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten van een appellant. Hiermee werd het besluit van het college ongedaan gemaakt vanwege strijd met het motiveringsbeginsel en onvoldoende waarborgen voor een juiste bodemsanering.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel tot instemming met het evaluatieverslag bodemsanering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.