ECLI:NL:RVS:2011:BQ3420

Raad van State

Datum uitspraak
29 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201102125/2/M2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • K. Brink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 83 Wet geluidhinderArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening geluidgrenswaarden voormalige politiebureau Burgum

Het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel heeft bij besluit van 22 december 2010 hogere geluidgrenswaarden vastgesteld voor een aantal woningen op de locatie van het voormalig politiebureau aan de mr. W.M. Oppedijk van Veenweg 42 te Burgum. Dit besluit is op 30 december 2010 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit hebben verzoeker en anderen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 30 maart 2011. Verzoeker en anderen stelden dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar een duurzame en stedenbouwkundig optimale inpassing van het plangebied, en dat het college niet heeft onderzocht of binnen de voorkeursgrenswaarde van artikel 83 Wet Pro geluidhinder kon worden gebleven door een andere indeling.

Echter, het betoog van verzoeker en anderen richt zich feitelijk tegen het wijzigingsplan van 22 juni 2010, waartegen reeds beroep was ingesteld en dat onherroepelijk is verklaard. Omdat dit besluit niet aan de orde is in deze voorlopige voorziening, wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit hogere geluidgrenswaarden wordt afgewezen.

Uitspraak

201102125/2/M2.
Datum uitspraak: 29 april 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker] en anderen, wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 22 december 2010 heeft het college hogere geluidgrenswaarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg, als bedoeld in artikel 83, eerste lid, van de wet geluidhinder vastgesteld voor een aantal woningen op de locatie voormalig politiebureau, gelegen aan de mr. W.M. Oppedijk van Veenweg 42 te Burgum, gemeente Tytsjerksteradiel. Dit besluit is op 30 december 2010 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 februari 2011, beroep ingesteld.
Bij deze brief hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 maart 2011, waar het college, vertegenwoordigd door J.C. de Goede, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. [verzoeker] en anderen betogen - kort weergegeven - dat het college bij het vaststellen van het wijzigingsplan niet is uitgegaan van een duurzame en stedenbouwkundige optimale inpassing van het plangebied. In dat kader brengen zij naar voren dat het college, alvorens een besluit ingevolge de Wet geluidhinder te nemen, onvoldoende heeft onderzocht of door een andere indeling van het plangebied binnen de in artikel 83 van Pro de Wet geluidhinder gestelde voorkeursgrenswaarde kan worden gebleven.
2.3. Bij besluit van 22 juni 2010 heeft het college het wijzigingsplan "Wijzigingsplan Burgum, Oppedijk van Veenweg 42" vastgesteld. Dit plan maakt de bouw van 10 grondgebonden twee-onder-een-kapwoningen aan De Wylch en een appartementengebouw van 20 appartementen op de hoek van De Wylch en de Oppedijk van Veenweg te Tytsjerksteradiel mogelijk.
[verzoeker] en anderen hebben tegen het besluit van 22 juni 2010 beroep ingesteld. De Afdeling heeft dit beroep bij uitspraak van 29 december 2010 (zaaknummer
201007347/1/R3) ongegrond verklaard. Het besluit van 22 juni 2010 is daarmee onherroepelijk.
2.4. Het betoog van [verzoeker] en anderen richt zich tegen het besluit van 22 juni 2010. Dit besluit is thans niet aan de orde, zodat het betoog van [verzoeker] en anderen geen doel treft. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.
w.g. Brink w.g. Drouen
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2011
375.