ECLI:NL:RVS:2011:BP0956
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid van MTV-controles met gelijk effect als grenscontrole en gevolgen voor vreemdelingenbewaring
De zaak betreft hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die een MTV-controle (Mobiel Toezicht Vreemdelingen) niet in strijd achtte met de Schengengrenscode. De vreemdeling werd staandegehouden tijdens een MTV-controle in een internationale trein nabij de grens en stelde dat deze controle hetzelfde effect had als een verboden grenscontrole.
De Raad voor de Rechtspraak analyseerde de regelgeving, waaronder artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en paragraaf A3/2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, en het arrest van het Hof van Justitie van de EU. Het hof oordeelde dat hoewel MTV-controles niet letterlijk op de grens plaatsvinden, de wijze van uitvoering en het ontbreken van wettelijke waarborgen kunnen leiden tot een effect gelijk aan grenscontroles.
De Raad van State concludeert dat de huidige regeling onvoldoende waarborgen biedt om te voorkomen dat MTV-controles hetzelfde effect als grenscontroles kunnen hebben. Hierdoor was de staandehouding onrechtmatig en is de daaropvolgende vreemdelingenbewaring niet in redelijkheid gerechtvaardigd. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De MTV-controle had hetzelfde effect als een verboden grenscontrole, waardoor de staandehouding onrechtmatig was en de vreemdelingenbewaring niet gerechtvaardigd, met toekenning van vergoeding en proceskosten.