ECLI:NL:RVS:2010:BO9795
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- R. Grimbergen
- Rechtspraak.nl
Opheffing schorsing ontheffing damhertenbeheer in Zeeland
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland verleende op 17 december 2009 een ontheffing aan de Stichting Faunabeheereenheid Zeeland voor het opzettelijk verontrusten en doden van damherten binnen bepaalde gebieden in Zeeland. De Stichting Faunabescherming maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van Faunabescherming gegrond en schorste het besluit tot zes weken na een nieuw te nemen besluit.
De Faunabeheereenheid stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de schorsing op te heffen, zodat het beheer van de damhertenpopulatie kon doorgaan. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek en overwoog dat het uitstellen van het beheer tot 25 januari 2011 zou leiden tot een ongewenste groei van de damhertenpopulatie.
De voorzitter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat opheffing van de schorsing tot onomkeerbare gevolgen leidt en dat het belang van voortzetting van het beheer zwaarder weegt. Daarom werd de schorsing opgeheven en werd het griffierecht terugbetaald aan de Faunabeheereenheid. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De schorsing van het besluit tot ontheffing voor damhertenbeheer wordt opgeheven zodat het beheer kan worden voortgezet tijdens het hoger beroep.