ECLI:NL:RVS:2010:BO7361
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R.R. Winter
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maximumprijs geneesmiddel Plavix ondanks verschil in zoutvorm werkzame stof
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Volksgezondheid de maximumprijs van het geneesmiddel Plavix vastgesteld op basis van vergelijkbare geneesmiddelen met clopidogrel-besilaat als werkzame stof. Sanofi-aventis betwistte deze vergelijkbaarheid met Plavix, dat clopidogrel-waterstofsulfaat bevat, en voerde aan dat de therapeutische werkzaamheid verschilt. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat vergelijkbare geneesmiddelen dezelfde werkzame stof moeten bevatten, ongeacht de zoutvorm, en dat dit bepalend is voor therapeutische werkzaamheid. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat Plavix en clopidogrel-besilaatgeneesmiddelen vergelijkbaar zijn.
Daarnaast stelde Sanofi-aventis dat de minister niet had mogen uitgaan van prijzen van clopidogrel-besilaatgeneesmiddelen uit Duitsland, omdat deze middelen onrechtmatig in de handel zouden zijn gebracht. De Afdeling constateerde dat hoewel er bezwaar was gemaakt tegen de handelsvergunning in Duitsland, de schorsende werking daarvan was opgeheven en er geen definitieve uitspraak was dat deze geneesmiddelen onrechtmatig waren. Daarom mocht de minister de Duitse prijslijst betrekken bij de prijsbepaling.
Het hoger beroep van Sanofi Pharma werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het hoger beroep van Sanofi-aventis werd ongegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Sanofi Pharma is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van Sanofi-aventis ongegrond, waarmee de vastgestelde maximumprijs voor Plavix is bevestigd.