ECLI:NL:RVS:2010:BO6621
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.W.L. Loeb
- M.A. Graaff-Haasnoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning vrijstelling voor vijftien woningen Leidsche Rijn Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 11 februari 2010 een reguliere bouwvergunning onder vrijstelling voor het oprichten van vijftien woningen op een perceel in Leidsche Rijn, Utrecht. Deze vergunning stuitte op bezwaar van omwonenden, die het college ongegrond verklaarde. Vervolgens verklaarde de voorzieningenrechter het beroep van de omwonenden ongegrond.
De Raad van State behandelde het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening. De appellanten voerden onder meer aan dat het college de raadscommissie niet had geïnformeerd over hun zienswijzen en dat een besluit over een stedenbouwkundig plan niet was gepubliceerd. Deze bezwaren faalden omdat ze niet eerder waren ingebracht en de voorzieningenrechter daarover geen oordeel had gegeven.
Verder werd aangevoerd dat het college niet in redelijkheid vrijstelling had kunnen verlenen omdat het woongenot van de omwonenden onevenredig zou worden aangetast door de gewijzigde situering van de woningen. De Raad van State oordeelde dat het college beleidsvrijheid heeft en dat de voorzieningenrechter de belangenafweging terughoudend heeft getoetst. De afstand tussen de nieuw te bouwen woningen en de bestaande woningen is ruim twaalf tot veertien meter, wat geen onaanvaardbare inbreuk oplevert.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening worden ongegrond verklaard en afgewezen, waarmee de bouwvergunning onder vrijstelling blijft gehandhaafd.