ECLI:NL:RVS:2010:BO5316
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlengingstermijn voor indienen correcties in asielprocedure
Bij afzonderlijke besluiten van 31 augustus 2010 wees de minister de aanvragen van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel af. De vreemdelingen stelden beroep in tegen deze besluiten en de voorzieningenrechter vernietigde deze op 17 september 2010, waarbij de minister werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Kern van het geschil was of de brieven van de vreemdelingen van 26 augustus 2010, waarin zij correcties en aanvullingen op rapporten van nader gehoor indienden en verzochten tot toelating tot de verlengde asielprocedure, moesten worden aangemerkt als een verzoek om verlenging van de termijn voor het indienen van deze correcties conform artikel 3.115, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De Raad van State oordeelde dat uit de inhoud van de brieven voldoende bleek dat de vreemdelingen meer tijd wilden voor het indienen van nadere gegevens en dat het verzoek, ook al was het niet expliciet als zodanig geformuleerd, als een met redenen omkleed verzoek tot verlenging moest worden begrepen. De minister had dus op dit verzoek moeten reageren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen ter hoogte van €437,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.