Uitspraak
200905473/1/V6is het aan de minister om aan te tonen dat sprake is van een overtreding. Anders dan [appellante] stelt heeft de minister niet slechts de resultaten van het onderzoek in de administratie van [bedrijf] aan de boeteoplegging ten grondslag gelegd, maar tevens de bij het boeterapport behorende verklaringen van de vreemdelingen. Nu uit het vooroverwogene volgt dat de minister met het boeterapport heeft aangetoond dat de vreemdelingen hun werkzaamheden niet als zelfstandigen hebben verricht, bestaat geen grond voor het oordeel dat de boete in strijd met de onschuldpresumptie is opgelegd.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.