ECLI:NL:RVS:2010:BO4841
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H. Troostwijk
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling huurtoeslag en terugvordering voorschot wegens medebewoner
De Belastingdienst stelde bij besluit van 25 oktober 2008 de huurtoeslag voor 2006 op nihil en vorderde het voorschot van € 2.229,00 terug. Appellante voerde aan dat haar zuster ten onrechte als medebewoner werd beschouwd, omdat zij kostgeld betaalt en geen gezamenlijke huishouding voert. De rechtbank oordeelde dat de zuster op basis van de aanvraag terecht als medebewoner was aangemerkt, omdat geen schriftelijke huurovereenkomst was overgelegd.
Appellante stelde verder dat de terugvordering een onrechtmatige inbreuk op haar eigendomsrecht en privéleven vormt op grond van het EVRM en IVBPR. De Raad van State verwierp dit omdat de maatregel wettelijk is voorzien en noodzakelijk is voor het economisch welzijn van het land. Ook het betoog dat zij haar bezwaren niet op een hoorzitting kon toelichten, werd afgewezen omdat zij niet tijdig om uitstel had verzocht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 januari 2010. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van de huurtoeslag en terugvordering van het voorschot bevestigd.