Uitspraak
200807914/1) toegezonden met de vraag of zij haar beroep handhaaft en zo ja, op welke gronden. [appellante] heeft bij brief van 27 augustus 2009 geantwoord dat zij haar beroep handhaaft "op grond van de resterende in beroep aangevoerde argumenten". Nu de Afdeling in haar uitspraak van 22 juli 2009 de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch heeft vernietigd voor zover daarin is geoordeeld dat de stopzetting van zorgtoeslag in die zaak in strijd is met artikel 26 van Pro het IVBPR, kan het antwoord van [appellante] niet anders worden uitgelegd dan dat zij haar beroep op artikel 26 van Pro het IVBPR niet handhaaft, maar dat zij de andere beroepsgronden wel handhaaft. Die andere beroepsgronden betreffen naast het betoog dat de kostenvergoeding in bezwaar te laag is, tevens de twee gronden die hiervoor onder 2.1 zijn vermeld. De rechtbank heeft dit niet onderkend en heeft daarmee artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschonden.
200606687/1), vloeit uit het karakter van de bezwaarschriftprocedure voort dat het bestuursorgaan, indien het na heroverweging tot de conclusie komt dat het aangevochten besluit niet in stand kan blijven, niet kan volstaan met gegrondverklaring van het bezwaar en herroeping van het bestreden besluit. In dat geval dient - behoudens in de zich hier niet voordoende situatie waarin de enkele herroeping van het besluit voldoende is - voor het onjuist bevonden besluit een nieuw besluit in de plaats te worden gesteld. In het besluit van 13 augustus 2008 is in het kader van de heroverweging overwogen dat de partner van [appellante] over de periode van 15 juni 2007 tot 15 juni 2008 wel beschikte over een geldige verblijfstitel en is vastgesteld dat [appellante] om die reden vanaf 1 juli 2007 recht op zorgtoeslag heeft. Hiermee is het besluit van 14 juli 2007 in zoverre herroepen en is vastgesteld dat [appellante] vanaf die datum recht op zorgtoeslag heeft maar is het bedrag aan zorgtoeslag nog niet vermeld. De Belastingdienst heeft toegelicht dat dit alleen kan plaatsvinden via het computersysteem en dat dit heeft geleid tot een apart, geautomatiseerd aangemaakt besluit voor het jaar 2007. Naar het oordeel van de Afdeling is dit in een geval als dit begrijpelijk en aanvaardbaar, en bestaat tussen laatstgenoemd besluit en het besluit van 13 augustus 2008 een onverbrekelijke samenhang. In overeenstemming met artikel 7:11 van Pro de Awb dienen zij te worden opgevat als de samenstellende bestanddelen van het in heroverweging genomen besluit op het door [appellante] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2007.
200808884/1) volgt dat aan de enkele omstandigheid dat in het aanvraagformulier zorgtoeslag niet is gevraagd naar de verblijfsstatus van de partner, dit gerechtvaardigd vertrouwen niet kan worden ontleend.