ECLI:NL:RVS:2010:BO0250
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vaststelling rijksbijdrage universiteit Maastricht 2006
De zaak betreft het hoger beroep van de Universiteit Maastricht tegen de uitspraak van de rechtbank Breda inzake de vaststelling van de rijksbijdrage voor het jaar 2006 door de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De staatssecretaris had de rijksbijdrage vastgesteld op €153.955.000, waarna de universiteit bezwaar maakte dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De universiteit stelde dat de vaststelling van de rijksbijdrage in strijd was met het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel. Zij verwees daarbij naar amendementen op de begrotingsstaat die volgens haar een hogere bijdrage voor de jonge universiteiten beoogden.
De Raad van State oordeelde dat uit de amendementen niet kan worden afgeleid dat de staatssecretaris verplicht was een hoger bedrag toe te kennen dan de zes miljoen euro die voor de drie jonge universiteiten beschikbaar was. De Raad stelde vast dat de bestuurswetgever ruime beleidsvrijheid heeft en dat de universiteit onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de vaststelling in ernstige en onomkeerbare problemen is geraakt of dat de Kamer onjuist is voorgelicht.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Universiteit Maastricht is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.