ECLI:NL:RVS:2010:BN8254
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van asielaanvraag als aanvraag om toelating als vluchteling onder de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het bezwaar van vreemdelingen tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet ongegrond had verklaard.
De Raad van State overweegt dat de Regeling een restrictieve aanvulling op het vreemdelingenbeleid vormt, gericht op vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een asielaanvraag onder de oude Vreemdelingenwet hebben ingediend. De staatssecretaris mocht zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat een asielaanvraag in de Regeling moet worden opgevat als een aanvraag om toelating als vluchteling.
De rechtbank had dit standpunt niet onderkend en verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond. De Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond, omdat niet in geschil is dat zij geen aanvraag om toelating als vluchteling hebben ingediend. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard.