ECLI:NL:RVS:2010:BN7936
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- C.W. Mouton
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontheffing Flora- en faunawet wegens onvoldoende belangbescherming
De minister verleende op 4 juni 2008 aan een wederpartij een ontheffing van de verbodsbepalingen in de Flora- en faunawet voor het vangen, verontrusten en verstoren van knobbelzwanen. De Stichting De Faunabescherming maakte bezwaar tegen deze ontheffing, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de Faunabescherming ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de ontheffing was verleend met het oog op de bescherming van flora en fauna, maar constateerde dat de minister onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de ontheffing daadwerkelijk in dat belang was genomen. De ontheffing stelde de wederpartij in staat om in het wild levende knobbelzwanen te vangen, te verontrusten en nesten te verstoren, hetgeen niet strookt met het beschermingsbelang.
De Faunabescherming voerde aan dat de Vogelrichtlijn van toepassing is op de knobbelzwanen en dat de ontheffing in strijd is met deze richtlijn. De Afdeling oordeelde dat de door de wederpartij gehouden knobbelzwanen als in gevangenschap geboren en opgekweekte vogels moeten worden aangemerkt, zodat de Vogelrichtlijn niet van toepassing is op deze dieren. De overige bezwaren van de Faunabescherming faalden.
Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister van 19 september 2008, en beval de minister om opnieuw te beslissen op het bezwaar van de Faunabescherming. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot het verlenen van ontheffing voor het vangen en verstoren van knobbelzwanen wordt vernietigd wegens strijd met het belang van bescherming van flora en fauna.