Uitspraak
200905372/1) volgt dat de intrekking van een bouwvergunning geen verplichting, maar een bevoegdheid is. De beslissing om al dan niet een bouwvergunning in te trekken op grond van artikel 59 van Pro de Woningwet behoort tot de bevoegdheden van het college, waarbij het college beleidsvrijheid heeft en de rechter terughoudend moet toetsen, dat wil zeggen zich moet beperken tot de vraag of het college in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen.
200504650/1) moeten bij hantering van de bevoegdheid tot intrekken van een bouwvergunning alle relevante belangen worden geïnventariseerd en afgewogen. Daartoe behoren naast de door het college gestelde belangen ook de (financiële) belangen van vergunninghouder. In dat kader dient tevens de vraag te worden beantwoord of het niet tijdig gebruik maken van de bouwvergunning aan de vergunninghouder is toe te rekenen.
200604605/1) kunnen feitelijke en privaatrechtelijke omstandigheden, die een mogelijke belemmering kunnen vormen voor het feitelijk gebruik maken van de bouwvergunning, relevante belangen zijn bij de hantering van de bevoegdheid tot intrekken van een bouwvergunning. De Afdeling heeft in die uitspraak overwogen dat voor het oordeel dat van een privaatrechtelijke belemmering als hier bedoeld sprake is, slechts aanleiding bestaat wanneer zo'n belemmering evident is.
201001603/1/H1is vast komen te staan dat het college terecht niet handhavend heeft opgetreden met betrekking tot de muur tussen het perceel en het perceel [locatie 2], zodat de door [appellant] bestreden muur mag blijven staan. Het is echter niet gebleken dat het niet mogelijk is de bouwvergunning uit te voeren op een wijze waarbij de muur blijft staan, zodat er evenmin een feitelijke belemmering bestaat om de bouwvergunning uit te voeren.