ECLI:NL:RVS:2007:BA2250
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over weigering intrekking bouwvergunning bedrijfsgebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad weigerde op 25 april 2005 de intrekking van een bouwvergunning voor een bedrijfsgebouw op een perceel in Zaanstad, omdat binnen de termijn van 26 weken na onherroepelijkheid geen bouwwerkzaamheden waren gestart. Het bezwaar van wederpartijen werd ongegrond verklaard, maar de rechtbank Haarlem vernietigde deze beslissing en gaf hen gelijk.
Zowel het college als appellant sub 2 stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 19 februari 2007 en concludeerde dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken, maar dat het niet had voldaan aan de zorgvuldigheidsplicht door niet alle relevante belangen, waaronder privaatrechtelijke belemmeringen zoals water op het perceel en erfdienstbaarheden, mee te wegen.
De Afdeling overwoog dat intrekking een bevoegdheid is en geen verplichting, en dat een belangenafweging noodzakelijk is. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze belangen. Daarnaast werden bezwaren van het college over procedurele aspecten verworpen. Uiteindelijk bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en wees de hoger beroepen af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.