ECLI:NL:RVS:2010:BN1095
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.D.M. van Diepenbeek
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding milieuvergunning opslaghoogte zeefzand
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland legde op 30 november 2009 aan Dutch Infra Tech B.V. (DIT) een last onder dwangsom op wegens overtreding van voorschrift 4.1.9 van de milieuvergunning, dat maximale opslaghoogten van afvalstoffen voorschrijft.
Na het faillissement van DIT op 18 juni 2010 zijn mr. J.J. Dingemans en mr. S.M.M. van Dooren als curatoren opgetreden. Zij verzochten om opschorting van de last onder dwangsom omdat de betoncentrale stil ligt en verwerking van zeefzand tot beton door economische omstandigheden tijdelijk niet mogelijk is.
De voorzitter overwoog dat handhaving in principe noodzakelijk is vanwege het algemeen belang, maar dat onder bijzondere omstandigheden opschorting mogelijk is. Gelet op het stilleggen van de inrichting, het onderzoek naar een doorstart en het ontbreken van directe milieuschade door opslag op een vloeistofdichte vloer, werd de opschorting toegestaan onder de voorwaarde dat het zeefzand conform voorschrift 7.1.4 afgedekt wordt.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De voorlopige voorziening geldt voor vier maanden na verzending van het vonnis, tenzij binnen vier weken niet aan de afdekkingsvoorschriften wordt voldaan.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt voor vier maanden geschorst onder voorwaarde van afdekking van zeefzand, met veroordeling tot proceskostenvergoeding.